ScienceOnlineLeiden

Blog

Paul Kessler over zijn fascinatie voor planten

Martine Oudenhoven - 13 mei 2017, 0 195

Paul Kessler over zijn fascinatie voor planten

Paul Kessler is directeur van de Leidse botanische tuin. Zijn liefde voor planten begon op zijn twaalfde tijdens vakantiewerk in een kwekerij. Ik vroeg hem naar zijn interesse voor planten, zijn werk, en zijn bezoek aan Indonesiƫ.

Kunt u heel kort uw werk beschrijven?

Ik ben prefect (directeur) van de Hortus botanicus Leiden.  Deze botanische tuin is gesticht in 1590 en daarmee de oudste botanische tuin van Nederland. Ik ben ook LUF hoogleraar Botanische tuinen en Botanie van Zuidoost Azië. Mijn taken zijn wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, het managen van de collecties en tentoonstellingen van onze hortus en andere publieke taken.

Hoe en wanneer is uw interesse voor planten begonnen?

Vanaf mijn twaalfde kwam ik iedere vakantie vanuit Duitsland naar Vasteplanten Kwekerij Ploeger, in de Bilt, om daar te werken. Ze kweekten een ontzettend groot assortiment van vooral rotsplanten met wetenschappelijke namen. Door het wieden van kleine hoeveelheden heb ik deze namen geleerd en werd ik in het eerste jaar van mijn studie biologie  in Kaiserslautern reeds als docent ingezet tijdens excursies.

Daarna heb ik tijdens mijn MSc thesis aan het geslacht Orophea uit de zuurzakfamilie gewerkt en dat voortgezet in mijn PhD. Doordat de soorten voornamelijk in Indonesië voorkomen, kwam ik snel in contact met het Rijksherbarium in Leiden. Omdat ik tijdens mijn schooltijd Nederlands had geleerd, was het voor mij eenvoudig het herbarium vaak te bezoeken en het materiaal te bestuderen. Daarom heb ik ook een postdoc-beurs aangevraagd bij de Deutsche Forschungsgemeinschaft om in Leiden verder te werken.

Wat vindt u het meest fascinerend aan planten?

Hogere planten hebben een relatief eenvoudig bouwplan. Toch zijn ze erin geslaagd om tijdens de evolutie een onwijs grote diversiteit te ontwikkelen, vooral in de bloemen en vruchten. Denk bijvoorbeeld aan de familie van de orchideeën met waarschijnlijk meer dan 30.000 soorten. Ik zelf ben vooral gefascineerd door de boomfamilies in Zuidoost Azië. Op Borneo bijvoorbeeld, wordt het laaglandregenbos gedomineerd door één boomfamilie, namelijk de Dipterocarpaceae (rond 150 soorten), praktisch allen met goed hout.

Wat is uw lievelingsplant, en waarom?

Ik heb sinds 1988 in Azië altijd met veel verschillende plantenfamilies gewerkt. Daardoor heb ik eigenlijk geen lievelingsplant. De Annonaceae vind ik nog altijd erg leuk omdat ze een oorspronkelijke plantenfamilie vertegenwoordigen, die zich heel divers heeft ontwikkeld. In het veld probeer ik ze dus ook overal te verzamelen. Voordat ik aan deze familie begon te werken gold ze als moeilijk te identificeren. Ik heb dan ook jaren nodig gehad om de Leidse herbariumcollectie goed op naam te brengen. Nu zijn veel collega’s geïnteresseerd en vele raadsels wat betreft verwantschap en verspreiding zijn in de laatste 30 jaren opgelost.

U bent nu in Indonesië, wat doet u daar?

Ik ben eerst uitgenodigd om in Bontang, Oostkalimantan mee te doen aan een workshop Kutai National Park – Plant Vulnerability Assessment. Hier beoordeelt een internationaal team van wetenschappers samen met lokale collega’s van het park van meer dan 200 plantensoorten of deze bedreigd worden door verschillende factoren. Het gaat dan om lange periodes van droogte met zeer verhoogde kans op vuur, lange periodes of hoge neerslag met hoge kans op lange overstromingen, illegale houtkap of het kappen van bomen voor oliepalmplantages of andere landbouw.  Ik ben als flora-expert van dit gebied uitgenodigd door IUCN, omdat ik sinds 1989 langer dan 25 jaar in dit gebied heb gewerkt.

Volgende week bezoek ik Universitas Indonesia in Jakarta/Depok. Daar geef ik een lezing en adviseer over een zustertuin op hun campus. We kijken naar mogelijkheden voor samenwerking voor studenten en collega’s en gemeenschappelijke projecten op het gebied van plantaardig onderzoek en onderwijs in Indonesië en Leiden.

Daarna ben ik door de Kebun Raya Bogor uitgenodigd om een keynote speech te geven, omdat de botanische tuin aldaar  200 jaar bestaat. De eerste directeur, Reinwardt, was ook een van mijn voorgangers in Leiden (vanaf 1822) en sindsdien koesteren wij  de samenwerking, die wij in toekomst nog willen versterken.

Wat zijn de belangrijkste verschillen  tussen botanische tuinen in Indonesië en in Nederland?

In Nederland zijn de laatste jaren veel botanische tuinen afgestoten door universitaire besturen. Daardoor bestaan er nu nog maar drie academische tuinen, namelijk Utrecht, Delft en Leiden. Gelukkig zijn de publieke functies overgenomen door stichtingen, maar die hebben helaas relatief weinig interesse in wetenschappelijk onderzoek.

Indonesië heeft echter een zeer ambitieus programma om zeer veel nieuwe botanische tuinen te stichten. Tot een aantal jaren geleden bestonden er maar vier tuinen op Java. Nu is het de bedoeling dat iedere provincie of  elk groter eiland een tuin krijgt, waar vooral de lokale flora tentoongesteld zal worden. Je ziet hier dus de publieke interesse sterk groeien.

Heeft u nog tips voor de lezers, of wilt u nog iets kwijt?

Botanische tuinen bieden onze bezoekers heel veel.  Je kan er alleen al voor de rust komen, een groene oase midden in de stad. Je kan wat leren, maar het hoeft niet. Er worden meestal activiteiten aangeboden voor jong en oud en ieder bezoek is weer anders afhankelijk van seizoen, het weer of  je eigen stemming.

Foto's door Paul Kessler